Drs. in Social Psychology, NLP Master Practitioner, veel zelf opgedane levenservaring waar zelfredzaamheid en oplossingsgerichtheid leidend zijn. Deze ervaring deel ik graag met jou om je 'Vrij op Weg' te helpen naar de beste versie van jezelf!
Sterker worden door het ontberen van negatieve levensgebeurtenissen lijkt inmiddels een keiharde sociale eis. Steeds vaker stuit ik op berichten die eindigen met de joviale zin “maar ik ben er wel sterker uitgekomen”. Persoonlijk heb ik daar moeite mee. Wil je weten waarom? Lees dan vooral mijn artikel.
3 juni 2025
Wat veel mensen niet van mij weten, grotendeels omdat ik mij er nooit echt bewust van was, is dat ik een traumatische jeugd heb gehad.
Dat ik dit niet zo goed wist is achteraf gezien verklaarbaar, omdat ik tijdens mijn jeugd nooit iets mocht voelen, mijn behoeften er niet toe deden en constant over mijn grenzen werd gegaan door mijn ouders, familie, maar ook door pestende kinderen op de basisschool en zelfs door docenten.
De nare ervaringen eindigden helaas niet toen ik volwassen werd. Ze gingen onverbiddelijk door. Hoe vaak ik niet heb gedacht, als het leven nu stopt, dan is het ook prima. Om vervolgens positieve en constructieve oplossingen te bedenken waardoor mijn leven weer zin kreeg, al was het maar voor even.
Jarenlang maakte ik mezelf wijs dat alles hoorde te gaan zoals het gegaan was en nog steeds ging, terwijl ik ondertussen heel ver van mijn gevoel af stond, geen weet had van mijn grenzen en probeerde om het iedereen maar naar de zin te maken ongeacht wat daarvoor nodig was.
Onlangs kreeg ik de vraag of ik de traumatische gebeurtenissen uit mijn jeugd en ook die van daarna een plek heb gegeven. Ik vind dat een moeilijke vraag. Als NLP coach zou dat wel zo moeten zijn, maar helaas is dat niet zo. Iets wat ik heel erg gênant vind, maar ergens ook verklaarbaar gezien mijn manier van het omgaan met al die nare gebeurtenissen.
Wat dan schijnbaar een heel mooi en sociaal wenselijk antwoord is, is dat je ‘er sterker uit bent gekomen’. Ik heb werkelijk geen idee wat daarmee wordt bedoeld. Daarnaast vraag ik mij inmiddels af of dat per se moet? Want zo lijkt het wel.
Bijna elk bericht dat ik lees van mensen die negatieve gebeurtenissen in hun verleden hebben moeten ontberen, eindigt met hoe sterk ze nu zijn geworden. Ik weet eerlijk gezegd niet zo goed wat ze daarmee bedoelen en ergens vind ik het een vervelende uitspraak. Niet zozeer van die mensen, maar wel omdat het een harde sociale eis lijkt die inherent is aan het verwerken van nare gebeurtenissen.
Als ik naar mijzelf kijk vind ik dat ik al die tijd behoorlijk sterk ben geweest. Elk moment dat ik dacht te verdrinken in het drijfzand waar ik op liep, wist ik daar uit te krabbelen. En zelfs meer dan dat. Hoe gepredisponeerd ook door mijn jeugd, ik heb het tegendeel bewezen aan mijzelf. Ik heb een vrij stabiel leven in praktische zin kunnen opbouwen en heb mijzelf tegen alle vooroordelen in weten te vechten in een positie waarin ik erg zelfredzaam ben.
En nu is het tijd om de laatste rotzooi op te ruimen. Doordat er te veel bleef gebeuren heeft alles zich opgestapeld. En het luikje wil niet meer dicht. Het luikje waarvan ik niet eens wist dat het er was. Het is een wond die open is gegaan en voorlopig blijft bloeden.
Uiteindelijk zal de wond helen, maar dat vraagt om een bepaalde aanpak. Eerst naar boven krijgen wat er allemaal is gebeurd. Alles in perspectief krijgen, ordenen en overzicht krijgen. Om vervolgens die prachtige NLP technieken er op los te laten, want ja, ze werken.
Ga ik er sterker uitkomen? Dat denk ik niet. ‘Sterker’ nog, hoop ik van niet. Ik heb het gevoel dat ik een emotionele marathon heb gelopen en ik ben uitgeput op dat vlak. Ik wil leren voelen, uiten en grenzen aangeven. En dan is het prima om niet sterk te zijn, maar gewoon kwetsbaar, open en verder nog steeds de persoon die ik nu ben.
Ik ben geen ‘emotional fitgirl’. Ik ben gewoon Mirjam. Met een rugzakje die de komende tijd steeds lichter zal worden.
Terwijl ik net een rolcontainer wil laden, schrik ik op en kijk in de richting van waar deze uitspraak vandaan komt. Een man, men zou zeggen prototype vrachtautochauffeur, kijkt mij aan terwijl hij zijn uitspraak met zelfingenomen toon nogmaals herhaald.
Met diepe zucht antwoord ik dat de vering maximaal omhoog is en niet verder kan. Een blik vol ongeloof krijg ik als antwoord om vervolgens een doodsaai koetjes en kalfjes verhaal aan te horen. Ik reageer beleefd terwijl ondertussen mijn haren recht overeind staan van zijn bemoeizucht.
Wellicht jaag ik een hoop mensen tegen mij in het harnas door dit bemoeizucht te noemen. Helaas zijn veel mensen zich niet bewust van het nog steeds gaande man vrouw verschil in een zogehete ‘mannenwereld’. Het ‘ik zal dat meisje eens leren hoe het moet’ credo.
Een week later arriveerde ik bij hetzelfde dc. Een ontzettend lastige losplaats als het gaat om aandocken met een trekker-oplegger combinatie. Het is donker en er is geen belijning. De bestrating bestaat uit een combi van stelconplaten en klinkers door elkaar heen, dus een ‘denkbeeldige’ lijn naar je dock is geen optie. Bovendien is het zicht op het dock altijd afgeschermd door een andere vrachtauto die aan het dock ernaast staat.
Oftewel ik rij achteruit een donker gat in waar enkel op gevoel richten en sturen mogelijk is. Bovendien is het zo krap dat ophalen ook niet kan, waardoor er amper ruimte is om te corrigeren. Gewoon een hartstikke moeilijk rot dock voor welke chauffeur dan ook.
Terwijl ik uitstap om mijn deuren te openen, loopt net meneertje bemoeizucht naar buiten. De vrachtauto die mijn zicht volledig blokkeert, blijkt de zijne. Omdat de ruimte zeer beperkt is, moet ik wel eerst aandocken zodat hij eruit kan. Prima, het lukt mij wel.
Daar was meneer de koekepeer nog niet helemaal van overtuigd. Demonstratief met zijn armen over elkaar nam hij plaats naast zijn wagen, klaar om ‘het meisje’ wel even te corrigeren zodra dat nodig was. Het is dat ik botox gebruik, want anders was mijn blik zijn einde.
Terwijl in mijn hoofd de mantra ‘een woord en je bent van mij’ raast, stuur ik mijn geliefde voertuig voor het dock. Niet in een keer, maar na een paar keer steken (niet zo gek als je geen moer ziet) staat mijn kind prima. Zonder een woord te zeggen taait meneertje af en vervolgt zijn rit, terwijl ik mij afvraag, of eigenlijk gewoon weet, dat als ik een vent was geweest, dan waren deze voorvallen zeker niet gebeurd.
Dit is een van de vele voorbeelden die ik ervaar als vrouw in de vrachtauto. Daarentegen krijg ik vaak de ‘wat stoer’ reactie. Eerlijk gezegd verbaas ik mij over deze twee uitersten.
Enerzijds is het stoer dat een vrouw een vrachtauto bestuurt, maar anderszijds zijn we blijkbaar niet stoer genoeg om onszelf te redden met zo’n gevaarte en moeten de heren de held uithangen. Ik zal wel blond zijn, maar ik begrijp hier he-le-maal niets van!
Laten we even de feiten op een rijtje zetten. Ik heb les gehad, mijn rijbewijs (een roze pasje nota bene) en diploma’s gehaald, ergo ik heb dezelfde papieren behaald als de heren. Ik ben opgeleid door het bedrijf waar ik werk en ik heb ook nog een mond waarmee ik om hulp kan vragen zodra ik dat nodig heb.
Niet heel lang geleden arriveerde ik bij hetzelfde lastige dc. Ik moest wachten op een dockende wagen voordat ik zelf aan de slag mocht. Even later stopt de wagen en loopt er een vlotte jonge meid met rode konen in mijn richting. Ik doe mijn raampje open en zeg haar gedag. “Zou jij alsjeblieft mijn wagen voor het dock willen zetten?” “Ik heb net mijn rijbewijs en ik heb nog nooit met een stuuras gewerkt.”
Naast de bewondering voor haar dappere vraag die eigenlijk niet dapper zou moeten zijn, voel ik voel direct haar pijn, frustratie en schaamte die ik ook vaak genoeg heb gevoeld terwijl ik ondertussen veroordelende blikken trachtte te negeren. Waarom duurt het zo lang? Ooooh een vrouw achter het stuur, ja dat is begrijpelijk. Ze zijn wel stoer, maar rijden kunnen ze niet.
Ik weet hoe ongelooflijk k*t het is als je naar zo’n moeilijk punt wordt gestuurd als beginner (man of vrouw) en ook nog met een wagen die je niet kent. Dat het gewoon even niet lukt, maar je wil ook geen schade rijden.
Gelukkig was er verder niemand aanwezig, ook geen bemoeizuchtige meneertjes koekepeertjes die hun vooroordelen proberen te bevestigen op niet sluitend bewijs.
Met geruststellende woorden dat dit een hartstikke moeilijk dock is en dat ik het ook lastig vind help ik haar de wagen aan het dock te zetten. Uiteindelijk doen we het samen en kunnen we al snel verder met ons werk.
Ik vraag mij oprecht af of een mannelijke beginnende bestuurder hetzelfde had gedurft. Het mes snijdt aan twee kanten. Waar een vrouw enerszijds stoer is maar anderszijds gered moet worden, wordt van heren, beginnend of niet, verwacht dat ze dit maar gewoon kunnen. En ook dat is zeker niet het geval en dat hoeft ook niet.
Gelukkig gebeuren dit soort dingen niet elke dag en zijn er genoeg momenten dat ik gewoon mijn werk in alle rust kan doen. Maar dat er helaas nog steeds vooroordelen en stereotyperingen bestaan in deze wereld is een feit. Hopelijk heeft niet iedereen hiermee te maken en kunnen we snel op weg om ook in deze wereld meer gelijkwaardigheid te creëren.
Help elkaar een #doeislief!
Foto ter illustratie; trots als een pauw toen ik met de gloednieuwe Scania op pad mocht!
Sociale media blijft een interessant fenomeen. Waar de ene trend wordt geboren, komt al sluimerend de tegenbeweging in actie.
Steeds vaker lees ik afkeurende berichten over mensen die iets aan hun uiterlijk veranderen, door mensen die daar absoluut op tegen zijn.
Aangezien sociale media een ontzettend sterk medium blijkt, ontstaat hierdoor een sociaal tweekamp.
Tot op heden is er op sociale media veel ‘plastic fantastic’ te zien. Soms ‘extreem’ waar elk lichaamsdeel is aangepast, soms ‘subtiel’ door middel van een filler of implantaat.
De laatste tijd is er een duidelijke tegenbeweging ontstaan door zelfbenoemde ‘echte mensen’ die zeer uitgesproken niets aan zichzelf hebben laten doen, zich als puur natuur presenteren en doelen op het feit dat vooral de binnenkant belangrijk is.
Dit samen genomen maakt dat er een soort van oorlog is ontstaan tussen ‘plastic fantastic’ en ‘echte mensen’.
Alhoewel ik geen mening heb over hoe mensen eruitzien en zichzelf presenteren, heb ik die zeker wel over deze ‘oorlog’. Het zaait namelijk ongewenste sociale verdeeldheid die absoluut nergens op gebaseerd is.
Schijnbaar ben je of ‘team plastic’ of ‘team echt’. En als ik ergens heel bedroefd van raak dan is dat de sociale verwerping die hieruit ontstaat.
Waar ‘team plastic’ ogenschijnlijk pretendeert dat uiterlijk het helemaal is, schreeuwt ‘team echt’ dat het allemaal om de binnenkant gaat.
Het is mij overigens minder duidelijk in hoeverre ‘team plastic’ ‘team echt’ veroordeelt. ‘Team echt’ heeft in ieder geval een heel duidelijke mening over ‘team plastic’ en dat is niet mals.
Waarbij bij ‘team echt’ de binnenkant regeert, is dit gegeven naar mijn idee ontzettend tegenstrijdig met hoe ze dit profileren. Ze veroordelen namelijk een sociale groep om de keuzes die zij maken aangaande hun uiterlijk. Uiterlijk mag niet tellen, alleen de binnenkant. Want dan pas ben je mooi.
Ik moet zeggen dat ik ontzettend allergisch ben voor dit soort waardeoordelen. Juist in een tijd waarin we proberen ieder individu ‘no matter what’ te accepteren om wie ze zijn en hoe ze dit uitdragen. Volgens mij doelen we namelijk in de huidige sociale samenleving op inclusie in plaats van verwerping. En inclusie zou voor ieder individu moeten gelden, onvoorwaardelijk.
Het zou dan ook mijn inziens niet uit moeten maken of je happy gerimpeld de deur uit loopt of dat je blij wordt van een duckface. We hebben nog steeds met de mens achter het uiterlijk te maken, en hoe diegene zichzelf op uiterlijk niveau presenteert is de keuze van die persoon.
Mijn hoop is dat wat beter wordt nagedacht voordat berichten vol waardeoordelen die sociale tweestrijd creëren de sociale media in worden gebracht.
Profileer jezelf als zijnde, zonder daarbij een waardeoordeel te insinueren over uiterlijk of innerlijk.
Probeer in plaats daarvan mee te werken aan sociale inclusie door jezelf te profileren als iemand die iedereen accepteert zoals diegene is. Dan voeg je een heel waardevol statement toe op sociaal niveau.
Iedereen, maar dan ook iedereen is goed zoals die persoon is, ongeacht welke keuze die persoon maakt, uiterlijk of innerlijk, met of zonder plastic.
Als het dan gaat om de binnenkant, laat het dan ook gaan om de binnenkant en kijk eens verder dan je neus lang is.
Na een aantal weken het ‘eco-rijondersteuning systeem’ te hebben uitgeprobeerd, staat onze relatie inmiddels op losse schroeven. In dit artikel de uitgebreide soap serie over mijn kijk op dit systeem en het effect daarvan op onze liefde.
Veel leesplezier!
Mirjam van der Veldt.
#DAF #vrachtwagen #eco #milieu
Om mijn eigen rijvaardigheid bij te houden, en omdat ik er ontzettend van geniet, rij ik de zondagen op de vrachtauto. Ik moet vroeg opstaan, maar de hereniging met mijn grote liefde doet mij de wekker om 3 uur direct vergeten.
Nadat ik mijn DAF op vrolijke toon goedemorgen wens, en ik een vrolijk “tedededem” terug krijg, stap ik in. Meneer krijgt eerst een aai over zijn dashboard, waarna ik contact maak en de vonk letterlijk en figuurlijk overslaat naar een liefdevol geronk en gebrom.
Tot zover is alles goed tussen ons. Maar, net als in ieder huwelijk, vertoont onze relatie soms wat scheurtjes die onder andere zijn ontstaan door het zogeheten ‘eco-rijondersteuning systeem’. Gemaakt om de chauffeur te ondersteunen in het zuinig rijden, maar voor mij tot nu toe een grote abracadabra en frustratie.
Na wat overleg met een andere DAF wederhelft, bestaan blijkbaar trucjes om mijn ronkende geliefde tot 100% te verleiden. Zelfs bij winkeldistributie. En dus ga ik de uitdaging aan.
Zondagochtend 5 uur. Na aandokken en laden reset ik de rijondersteuning naar de Tabula Rasa van het ‘eco-rijden’. Ik heb vandaag voor de laatste keer de voor mij bekende route Aalsmeer-Haarlem-Beverwijk. Een route van ongeveer 100 kilometer.
Vanaf de eerste meters pas ik de verleidingstrucjes toe. Alle handelingen onder 40 km/h worden niet geregistreerd, rij zo veel mogelijk op cruise control, en zorg dat, alvorens het remmen, de snelheid 10 km/h terug zakt onder de gereden snelheid.
Ik zie een rood verkeerslicht ongeveer 800 meter verderop, en haal mijn voet van het gas. Tevreden knort mijn DAF richting het verkeerslicht terwijl hij vertraagt. 10 km/h in snelheid gezakt en hop daar gaat de motorrem. Een blij geschreeuw en gekir galmt uit de motor van mijn krachtpatser. So far, so good.
Bijna bij het verkeerslicht, dat tot mijn grote vreugde op groen springt. Enthousiast geef ik gas. Uiteraard is mijn grote brombeer wat traag van begrip, en dus duurt het even voordat de vertraagde beweging wordt omgezet naar een versnellende beweging.
Terwijl dit tafereel zich afspeelt, nadert een kruisende auto het verkeerslicht en verandert mijn verkeerslicht terug van groen naar rood. Ik breng mijn geliefde alsnog tot stilstand en kijk naar het dashboard. 87%.
Bizar! Mijn tot nu toe alles laat mij volledig in de steek door mij met 13% aftrek te straffen!
De rest van de rit probeer ik er alles aan te doen om het goed te maken, maar het mocht niet baten. Het goede weegt niet op tegen het slechte is de mening van mijn true love, en dus krijg ik niet meer dan een totaalscore van 92%.
De dag erop doe ik mijn beklag bij de adviserende wederhelft. Hij gaf aan dat bij het uitrollen, je het niet moet wagen om het gas, al is het liefdevol, aan te raken, tenzij je zeker weet dat je weer door kunt. Anders maak je jouw DAF, de zeikerd, boos.
Poging twee, de zondag erop. Ik heb een nieuwe route, Aalsmeer-Den Haag-Zoetermeer-Gouda. Een prachtige rit van 150 a 160 kilometer met heel veel verkeerslichten en rotondes.
Tevens verander ik van DAF partner, aangezien ik vanaf nu een euro (eurotrailer ipv citytrailer) rijdt. Aan de slag met deze meneer!
Vol goede moed ga ik op pad. Als eerste een rotonde en daarna een verkeerslicht. Ik hou de wagen netjes onder de 40 km/h en laat hem op tijd uitrollen.
Vervolgens zal ik verderop weer een verkeerslicht tegenkomen, zodra ik de tunnel uitrij. Ik schakel mijn cruisecontrol uit zodra ik de opwaartse helling van de tunnel waarneem. Naast uitrollen maak ik ook nog eens gebruik van de vertragende werking van de helling. Als het goed is moet ik volgens zeggen nu al aardig punten hebben gescoord bij mijn honnepon.
Zodra de snelheid maar liefst 20 km/h is gezakt, schakel ik de motorrem in.
Ik kijk het zeer onoverzichtelijke kruispunt over, vooral naar rechts. Zodra daar een voertuig vandaan komt weet ik zeker dat mijn licht op rood zal gaan, en ik wil niet nogmaals in die val trappen.
Ik kijk en zie niemand. Ergens speelt de verwachting mee dat de kans dat er iemand aankomt op zondagochtend wel heel klein is.
Op het moment dat mijn overzicht goed genoeg lijkt, en ik met enkel mijn grote teen het gas liefkozend aanraak, is, jahoor, daar dan toch die snelle Jelle van rechts. Onverbiddelijk springt zo goed als direct mijn licht op rood. Ik hoor mijzelf vol teleurstelling roepen “Nee, nee, nee, neeeeeeeee!”.
Ik trap mijn voetrem in tot stilstand. Met een scheef oog kijk ik naar het dashboard. De “nee’s” uit mijn mond klinken nu nog iets luider.
DAF vond het nodig om mij voor deze actie, voor het 1 keer met mijn grote teen zijn gaspedaal zachtjes te aaien om vervolgens te moeten remmen, weliswaar 43% aftrek te geven!
43% voor rijden met cruise control, 2000 meter van tevoren laten uitrollen, zo goed als mogelijk anticiperen (nee ik weet dat ik dat niet vlekkeloos heb uitgevoerd, maar come on, eens moet je toch kunnen rijden!), en vervolgens het lef hebben om met mijn grote teen het gaspedaal aan te raken. De horror!
Ik vind dit zo oneerlijk! Nog meer demotiverend dan dit kun je het niet hebben. The relationship is over met deze jongen. Ik wil een andere wagen!
Aangezien ik nog maar 9 kilometer heb gereden, besloot ik de rij-ondersteuning alsnog te resetten. Die overige 150 kilometer kunnen nog tellen.
Dit klinkt wellicht als valsspelen. Maar wat ik na deze straf ook zal doen, ik zal het nooit meer goed kunnen maken met deze ouwe zeur. Ook al zal ik in het dashboard geregeld het heugelijke nieuws “goed geanticipeerd” met 5 groene vinkjes aanschouwen, het zal nooit genoeg zijn om mijn geliefde te temperen. En dus is dit mijn enige optie.
Poging 3 komt een week later. Weliswaar met weer een andere liefde. Open relaties zijn de normaalste zaak in de vrachtauto wereld. Ik weet ditmaal 97% op mijn dashboard te krijgen, zonder valsspelen. Uiteindelijk, na een paar ritten, behaal ik dan eindelijk een paar keer die 100%!
Is het een fijn systeem? Het idee dat je zoveel mogelijk gebruikmaakt van het rollend vermogen van de vrachtauto is prima. Maar bij onverwachte omstandigheden waardoor je plots in de ankers moet, krijg je flink straf en een berg frustratie erbij.
Daarnaast lijkt het behalen van 100% volledig zuinig rijden af te hangen van enkel trucjes in plaats van logische oplossingen in het verkeer, waardoor je ook nog eens hinderlijk wordt voor andere bestuurders, met als gevolg gevaarlijke manoeuvres van die bestuurders.
Bovendien is het systeem te ingewikkeld en demotiverend doordat het voornamelijk bestraffend werkt en je amper aan je dagelijkse portie dopamine shots komt.
En dan DAF en ik. Mijn eerste grote liefde onder de vrachtauto’s. Deze oude reus en ik zullen in relatietherapie moeten. Ik heb hem ondertussen aardig wat nieuwe benamingen gegeven, en inmiddels heeft hij mij regelmatig teruggepakt met zijn irritante “tedededems” en storingsgeluiden zoals “priepprieppriepprieppriep”. Om maar niet te spreken van zijn keiharde schreeuw als ik volgens hem een lijntje overschrijd, wat soms verkeerstechnisch gewoon moet (suggestiestrook gebruiken bij tegenliggers).
Hij is zelfs al een paar keer voor een matrixbord op de snelweg flink in de ankers gegaan, puur om mij de stuipen op het lijf te jagen.
Toch blijft mijn liefde voor hem groot, weliswaar zonder rijondersteuning. Aan zijn andere kuren heb ik al meer dan genoeg. Dus wie oh wie kan ons helpen om weer tot elkaar te komen? Ik daag je uit!
Vooropgesteld, wat nu gaande is, is verschrikkelijk. Voor alles en iedereen. Toch zie ik in de duisternis ook wat lichtpuntjes. Al een tijdje vraag ik mij af wat toch de reden is dat kantoorwerk niet gewoon vanuit huis kan worden uitgevoerd?
Uiteraard realiseer ik mij de bezwaren van zowel de werkgever als de werknemer, en wellicht zie ik daarbij teveel zaken over het hoofd. Toch denk ik dat thuiswerken ook een hoop voordelen kan hebben.
Nu velen van ons noodgedwongen thuiswerken, vraag ik mij dan ook af of het wellicht een overweging waard zou kunnen zijn om thuiswerken in de toekomst op grotere schaal te realiseren?
Bij deze een kort gedichtje over de, naar mijn idee, mogelijke voordelen van thuiswerken.
Indien incorrect, wellicht bij deze toch wat stof tot nadenken…..
‘Stel je eens voor
Je hoeft nooit meer naar kantoor
Thuiswerken als oplossing voor een groot probleem
Of eigenlijk, meerdere, het zijn er wel meer dan een
Opeens is er woonruimte in overvloed
Is het fileprobleem vanzelf doodgebloed
Geen drukte meer in het openbaar vervoer
Wellicht zelfs het stikstof snel op z’n retour
Zelf je tijd indelen geeft een hoop rust
Minder stress, minder werknemers uitgeblust
Werkgever niet gevreesd, wees niet bang
Dankzij het digitale tijdperk houdt u uw werknemer heus wel in de tang
Ik daag u uit dit eens serieus te overwegen
Laat voor even al uw bezwaren achterwege
Misschien komt dit te vroeg, alhoewel dit idee nu noodzakelijkerwijs wordt gerealiseerd
Bevalt het velen heel goed en wordt het kantoorwerk uiteindelijk gerevolutioneerd.’
‘Pesten komt voor in allerlei vormen. Niet alleen op school of het werk. Maar ook thuis in gezinnen en bij families. En ook gewoon op straat. Mensen die blijkbaar het idee hebben een nare grap met een ander uit te kunnen halen. Of een ander, een vreemde, iets heel naars aan te doen en dit als lollig te zien. Nooit, maar dan ook nooit zal ik dit begrijpen of accepteren. Leef en laat leven en stop deze onzin. Want een ander die angst, pijn of verdriet ervaart door jouw toedoen, dat kan gewoon niet de bedoeling zijn.’
Krijg de Pest(en). Door Mirjam van der Veldt.
Ik zal nooit begrijpen,
Dat jij lol hebt om mijn pijn.
Dat jij grapt over mijn angst.
Dat het voelt voor jou als ‘fijn’.
Geroddel, pesten en leedvermaak.
Hoe meer kwetsend, hoe meer zoete wraak.
Ik vraag mij af, is het zo onmogelijk jezelf op een andere manier te vermaken?
In plaats van een ander te kwetsen of af te kraken?
Wellicht kun je er niets aan doen, ben je wie je bent.
Maar ik geloof toch liever dat je ooit heel erg bent gekrenkt.
Dat ergens in jou een mens leeft van vlees en bloed.
Vol empathie, met de intentie tot goed.
Want ik zal nooit geloven dat je dit opzettelijk doet.
Dit sadistisch gedrag.
Je geroddel, gescheld, je hoongelach.
Wellicht verschillen jij en ik in onze normen en waarden.
Dat geeft niks, dat mag, verschillen zijn er om deze te aanvaarden.
Maar zolang je uit boosheid blijft generaliseren,
Alle mensen behorend tot een bepaalde groep over een kam zal scheren,
Niet met mensen in gesprek zal gaan, je maar zal blijven irriteren,
Hoe kun je dan ooit mensen in hun waarde laten, accepteren en respecteren?
Ik ben sterk en kan het uiteindelijk wel aan.
Al laat ik soms, om de stupiditeit van al jouw leedvermaak, een traan.
Om het gewin van nieuwe volgers, mensen die te bang zijn om tegen jou in te gaan.
Zelf geen slachtoffer durven zijn,
Van jouw wrok, haat en venijn.
Kom maar op, ik heb een duidelijke grens, mij krijg je niet.
Ik vraag je enkel, stop met deze onzin en doe voortaan niemand meer verdriet.
In traffic situations people tend to think in ‘chance’ over ‘consequence’. Consequence is what matters and should be on top of one’s mind while participating in traffic.
Two persons sitting in a room opposite each other. One listens, the other speaks. She’s talking about something that happened to her in the recent past. Something bad. Something really, really awful. One evening she was in a car, as a passenger. Her boyfriend next to her, driving. They were on their way to an evening party in a small village. It was a cold and dark winter night. The weather was ok, the air was clear, only the darkness on the quiet road made the ride a bit more challenging. Just a bit. There was not much traffic. Sometimes it took a while before they met any oncoming traffic on the two way road. The speed limit was 80 km/h. Her boyfriend drove around 81, 82. He was paying attention to the road while they were talking. The radio was playing music in the background. The atmosphere was relaxed, though they were excited and looking forward to the party. Up to now they had had lots of fun with their friends at parties and this night promised to be the same. Promised. If they had arrived. What they didn’t know is that this night their life would change. But not in a way they wished for. Because what happened was their worst nightmare. The last thing she can remember of this evening are two bright headlights coming closer in a fast speed. And a sound. An awful loud sound. Metal, glass, and a scream. That was the last sound she would ever hear from the voice of her boyfriend. Her last memory of him. The love of her life. Her soulmate with whom she shared everything. But he is no longer here, not in this room. Not at home. He’s nowhere anymore. He is no more. That evening his life ended. There was no more ‘they’. It’s only ‘she’ now. What’s left of her. Alone in her wheelchair. She tells her life changing story to the person in front of her. A person who thinks texting while driving is possible and risk free. Because if the circumstances are right, what can happen? No severe weather circumstances, only the cold temperature. A clear road, almost no one there. Her story proves something like this can still happen. Because this has happened to her and him. And she will be reminded of the accident every day, every second, for the rest of her life. The wheelchair is permanent. She won’t be able to live without it. The one whom she thought and hoped she would never live without is gone. And this is her souvenir of their last experience together. Sometimes she wishes that they had died together. The only thing that gives her life some meaning now is trying to make people aware of the impact of the choices they make to distract themselves in traffic by doing something other than paying attention to the road while they drive .Try to make them aware of possible consequences, because not paying attention in traffic can have theirs and other people’s lives. The chance an event like this will happen is small, the impact is huge.
The person opposite her listens. Tears welling up in his eyes. He didn’t know. Didn’t realise the impact of such a seemingly small thing. Just sending one text message while he drives on an almost deserted road. The one who caused the accident isn’t able to tell her story. The rescuers found a phone. The last text sent one second before the accident happened. Maybe she thought she saw something on the road. Perhaps she had to dodge something, or thought she had to. Because she was texting she responded inaccurately. One small miscalculation because she was distracted. Such an immense consequence. Three lives destroyed.
This story is fictional, though imaginable. Accidents of this kind do happen. Situations in which risks and chances of something happening are extremely low. But it happens because people do let themselves be distracted. And not only on roads where the circumstances seem safe. It also happens in more crowded situations. The question that remains is how to change this behavior? Not only letting yourself get distracted while driving, but also other behavior that puts people at risk. Traffic is a social group and a social activity. Let’s be social about it then. What will you change today to improve your driving skills in order to reduce risky behavior in traffic?
2/2/2020. Een reis door Myanmar op de motor. Onverwacht en ongepland kwamen mijn man en ik terecht in het gebied waar oorlog en onrust is…..
Oorlog | 2/2/2020 | Myanmar
Op dit moment, dit schrijvende, bevind ik mij in een gebied waar ik niet wil zijn.
Op dit moment bevind ik mij in een gebied waar niemand wil zijn.
Ik ben op reis in Myanmar, op dit moment in Ann, in de door onze rijksoverheid ‘rood’ gemarkeerde staat Rakhine.
Op dit moment worden, zo schrijft de Nederlandse media, mensen gemarteld, verkracht en vermoord.
Het idee alleen al maakt mij misselijk, verdrietig en boos.
Kijkend vanuit ons hotel zien we de legervoertuigen met soldaten voorbij rijden. Rijdend op onze motoren kwamen we ze al tegen. waar zouden ze naartoe gaan? Op training? Of door naar het gebied waar al deze gruwelijkheden plaatsvinden?
Ik ben zelf niet bang. Niet voor mij en mijn man. Maar de echtheid van dit alles doet mij pijn.
Oorlog is wat mij betreft meer dan nutteloos en bovendien schandalig voor ieder levend wezen. Woorden schieten te kort om te omschrijven wat ik hierbij voel.
Wat de reden ook is, het is altijd, maar dan ook altijd een slechte reden. Geen enkele reden kan wat mij betreft verantwoorden waarom er oorlog zou moeten zijn.
Helaas kan ik deze waanzin niet stoppen. Hogere machten hebben het voor het zeggen. En zij zijn ook degenen die het kunnen stoppen.
Zet een streep onder het verleden, overal, in alle landen en gebieden waar oorlog is. Begin opnieuw. Begin gewoon opnieuw. Maar dan in vrede.
Was ik of jij maar die hogere macht. Want dan was dit allang voorbij.